Achtergronden

ALTA TUSCIA, geschiedenis in vogelvlucht

 

als u  een van de bladwijzers aanklikt, gaat u rechtstreeks naar het aangegeven onderwerp in dit hoofdstuk

geografie

Etrusken

Romeinen

  middeleeuwen

Onze naam   "CULTUURREIZEN ALTA TUSCIA"  hebben we ontleend aan een van de mooiste streken in midden Italië.  Boeiende landschappen en rijk aan cultuur. De gebiedsafbakening is niet zo heel erg strikt.   Grosso modo  wordt de noordwestpunt van Lazio zo genoemd.  De zuidgrens ligt zo'n honderd kilometer boven Rome en de noordgrens wordt gevormd door de Monti Vulsini, de bergrug, die natuurlijke grens is tussen Lazio en Toscane. Sommigen  rekenen er ook een  stukje  van Zuid-Toscane toe en dan met name het gebied rond  le città del tufo (de tufsteen steden: Pitigliano, Sorano en Sovana ). 

In geografisch opzicht is dat zeker terecht. Want het hele gebied heeft  vele duizenden jaren geleden in een grote reeks van vulkaanuitbarstingen zijn huidige vorm gekregen. De vulkanische oorsprong zie je er nog steeds aan af.   Het is een heuvelachtig, wat  ruig gebied. Een prachtig gebied om in te verblijven, met steeds wisselende vergezichten.  Grillige tufstenen heuvels bepalen de horizon, de dalen zijn veelal als cultuurgrond in gebruik.  Vulkanische grond is vruchtbare grond. Flora en fauna gedijen goed in  de dalen en op de flanken van de heuvels.  Dat wordt versterkt doordat het ook een waterrijk gebied is. Drie oude vulkaankraters zijn volgelopen met water. De meren, die zo zijn  ontstaan  meren, zijn een belangrijk onderdeel van de waterhuishouding van de regio en ze hebben een belangrijke recreatieve functie. Het Lago di Bolsena is het grootste vulkanische meer van Europa en het is een van de grootste meren van Italië. Het grote watervoorraad  maakt dat de het klimaat hier mild en zomer en winter vrij gelijkmatig is. 

Natuur en cultuur gaan in  Alta Tuscia hand in hand. Overal in het landschap en in elk dorpje en stadje  vind je wel iets wat aan ver vervolgen tijden herinnert. Het  heeft een rijke en bewogen geschiedenis en dat heeft zijn sporen nagelaten.  De eerste sporen van menselijk bewoning gaan terug tot het Pleistoceen. In de negende eeuw voor Christus vestigden de Etrusken zich hier en zij  waren het eerste volk op het vasteland van Europa, dat kon lezen en schrijven. Waar de Etrusken vandaan kwamen, weten we niet.  Sommige wetenschappers gaan er van uit, dat de Etrusken oorspronkelijk uit Klein Azië of van een van de Griekse eilanden kwamen, anderen sluiten niet uit, dat het een inheems Italisch volk was.  Het was een volk, dat gevoel voor schoonheid naadloos wist te paren aan een aanleg voor techniek en ondernemingszin.  Van meet af aan overvleugelden ze de hen omringende volken. Eeuwen voor onze jaartelling al  staken ze met hun schepen de Middellandse Zee over. Ze onderhielden handelsbetrekkingen met Egypte en Mesopotamië. Het is niet onwaarschijnlijk dat zij de technische en culturele verworvenheden van deze oude culturen hebben meegebracht naar het Europese vasteland.  Van hun samenleving kun je -met enige goede wil- zeggen, dat het de eerste industriële economie op aarde was. Ze  waren meesters in het aanleggen van weg -en waterwerken, ze bouwden hoogovens voor het smelten van mineralen en het waren ware kunstenaars in het verwerken van de (edel)metalen en de andere grondstoffen, waar hun woongebied rijk aan was. De  Etrusken waren tussen de achtste en de vierde eeuw voor Christus het belangrijkste volk in Midden-Italië. Aanvankelijk woonden ze in de kuststrook langs de Tyrrheense Zee en het gebied dat we nu kennen als Alta Tuscia (Alta=hoog en Tuscia= Etruskenrijk).Geleidelijk trokken ze verder het binnenland in.  Fiesole, Chiusi, Arrezzo, Orvieto, Tarquinia, Bolsena en Cerveteri zijn door de Etrusken gesticht.

Of dat ook voor Rome opgaat, is niet helemaal zeker. De mythe wil, dat deze stad gesticht is door de Latijnen Romulus en Remus. De wetenschap gaat er tegenwoordig van uit, dat Rome, als het al niet door de Etrusken werd gesticht, dat het dan toch in ieder geval door hen tot ontwikkeling is gebracht. De Romeinen namen in de vijfde eeuw voor Christus de leidende positie van de Etrusken over. Ze werden de allesbepalende factor, eerst in de regio en vrij kort daarna in de gehele toen bekende wereld. De Romeinen waren ware opvolgers en goede leerlingen.  Op industrieel, stedenbouwkundig  en technisch gebied  hebben zij de aanzetten, die de Etrusken gegeven hebben, geperfectioneerd. Net als de Etrusken hebben de Romeinen vel overgenomen van de volkeren uit de Oriënt en de Levant. 

Óók toen het Romeinse Rijk -ongeveer in 400 n.Chr.- aan zijn eigen zwaarte ten onder was gegaan, bleef  het gebied rond Rome een van de brandhaarden van onze samenleving. Voor een groot deel komt dat omdat in Rome inmiddels de centrale zetel van de kerk was gevestigd. Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk heerste er chaos, er was armoede en het gebied viel ten prooi aan plunderingen van rondtrekkende nomadenstammen. Rond 700 waren er de eerste tekenen van economisch  en politiek herstel. Het versnipperde Westrijk krabbelde langzaam overeind.  Karel de Grote wist in 800 n. Chr.  de  verschillende grote en kleine staten en staatjes  onder één centraal gezag te brengen. Vanaf die tijd was de keizer van het roomse rijk een belangrijke speler in het politieke universum.

Maar wie het nu werkelijk voor het zeggen had,  bleef  lang een strijdpunt.  De paus meende aan zijn positie als geestelijk leider ook politieke rechten te kunnen ontlenen, onder andere het recht  om de keizer te benoemen. Maar als het aan de keizer lag, zou de kerk voortaan een verlengstuk zijn van de wereldlijke macht.  Het conflict tussen paus en keizer heeft het politieke leven in de Middeleeuwen sterk bepaald, zeker op het Italische schiereiland. De staat Italië bestond toen nog niet. Het gebied dat we nu met die naam aanduiden, was toen een conglomeraat van grote en kleine vorstendommetjes en stadsstaatjes. De meeste van die staatjes en steden werden of ze wilden of niet partij in het conflict.

De investituurstrijd, zoals dit conflict genoemd wordt,  ging er bepaald niet zachtzinnig aan toe. De strijd werd op het scherp van de snede gevoerd  en werd breed en tot het bittere eind uitgevochten. De buursteden Siena en Firenze bijvoorbeeld hoorden ieder tot een ander kamp. De onderlinge strijd werd pas beslecht toen Siena door Firenze werd ingelijfd.

De rivaliteit  werd overigens niet alleen te vuur en te zwaard uitgevochten. Strijd leidt niet alleen tot destructie, maar vaak ook tot een herschepping van bestaande structuren.  Besturen, die hun macht en verdiensten willen uitdragen, storten zich niet zelden op ambitieuze projecten. Er is niets nieuws onder de zon. Majestueuze bouwwerken verrezen en de vraag naar beeldende kunst  steeg evenredig mee. Waar dit toe  kan leiden, is nu nog te zien in Siena. In het streven om Firenze naar de kroon te steken, besloot het stadsbestuur om een dom te bouwen die de dom van Firenze in omvang en pracht verre zou overtreffen. Helaas. Oorlog voeren kost geld, veel geld. De niet afgewerkte resten van dit project staan nu nog -moralisten zouden zeggen, ter waarschuwing- midden in het centrum.

Niet alles mislukte, integendeel zelfs. Vanaf de elfde, twaalfde is er sprake van een economische opleving, waarvan ook kunst en cultuur profiteerden. In de filosofie en de literatuur ontstond een nieuw elan. De klassieke oudheid werd herontdekt. Kunstenaars en denkers lieten zich er steeds meer door inspireren. Dit leidde er toe, dat de besloten, op God gerichte   middeleeuwse cultuur  geleidelijk plaats maakte voor  het mens-georiënteerde wereldbeeld van de renaissance. 

Tijdens onze reizen nemen we U naar plaatsen mee, die in de (kunst)geschiedenis een belangrijke rol gespeeld hebben.  Voor een voorproefje kunt u doorklikken naar de volgende  pagina's: 

naar boven